Copyright 2017 - Custom text here

Nieuw uitvoeringsbesluit opslag vergunningsplichtige vuurwapens door particulieren
In het Belgisch Staatsblad van 24 april 2009 is een nieuw uitvoeringsbesluit verschenen waarin de veiligheidsvoorwaarden worden vastgelegd voor het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens en munitie zijn onderworpen.

De nieuwe regels voor vervoer, tentoonstellen en een aantal algemene veiligheidsmaatregelen treden in werking op 25 april 2009.

HOOFDSTUK 3. - Veiligheidsvoorwaarden bij het voorhanden hebben en tentoonstellen op de verblijfplaats, en het vervoeren van vergunningsplichtige wapens of munitie ervoor door particulieren
hoofdstuk III, bestaande uit de artikelen 10 tot en met 15 ingevoegd door art. 8 KB 14.IV.2009

Art. 10. Dit hoofdstuk is van toepassing op particulieren. Zij moeten de in dit hoofdstuk bepaalde veiligheidsmaatregelen nemen voor de erin bedoelde activiteiten met vergunningsplichtige wapens.
In afwijking van het eerste lid, mogen ook andere veiligheidsmaatregelen worden genomen die als gelijkwaardig worden beschouwd. De gelijkwaardigheid van deze veiligheidsmaatregelen wordt bij controle door de in artikel 7 van dit besluit bedoelde bevoegde personen beoordeeld.
(Art. 7. Onverminderd artikel [29] van de wapenwet, wijst de gouverneur voor zijn provincie de diensten aan, belast met de controle op de naleving van de door dit besluit opgelegde veiligheidsmaatregelen. Jaarlijks wordt hiervan een lijst bekendgemaakt in het Provinciaal Bestuursmemoriaal. (art. 11 KB 29.XII.2006)
Deze controles worden kosteloos uitgevoerd op vraag van de Minister van Justitie of van de gouverneur.
Na de eerste controle wordt er om de drie jaar een controle uitgevoerd.
Indien de in het eerste lid bedoelde diensten vaststellen dat de vereiste veiligheidsmaatregelen niet zijn genomen, lichten zij de gouverneur hierover in. Deze maant de betrokkene aan de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, maar die niet langer mag zijn dan vier maanden. Bij het verstrijken van deze termijn wordt een nieuwe controle uitgevoerd.
Wanneer de gouverneur op basis van deze nieuwe controle vaststelt dat de door dit besluit voorgeschreven veiligheidsmaatregelen niet genomen zijn, schorst hij de erkenning […], of trekt hij ze in overeenkomstig de bepalingen van de wapenwet. (opgeheven door art. 11 KB 29.XII.2006))
De in het voorgaande lid bedoelde beoordeling kan tevens vooraf geschieden op basis van technische documentatie die de gelijkwaardigheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen aantoont.

Art. 11.
§ 1. Vergunningsplichtige wapens en de munitie ervoor worden op de verblijfplaats bewaard met inachtneming van de in § 2 bedoelde algemene veiligheidsmaatregelen. Daarnaast worden in functie van het aantal op de verblijfplaats bewaarde wapens de in § 3 tot § 5 bedoelde veiligheidsmaatregelen nageleefd. De particulier die bijkomende wapens verwerft zodat hij in een hogere klasse terechtkomt, neemt de veiligheidsmaatregelen van die hogere klasse voor alle wapens en munitie die hij bewaart.

§ 2. De volgende veiligheidsmaatregelen worden altijd genomen :
1° de wapens zijn ongeladen;
2° de wapens en de munitie worden steeds buiten het bereik van kinderen bewaard;
3° de wapens en de munitie zijn niet ogenblikkelijk samen toegankelijk;
4° de wapens en de munitie worden bewaard op een plaats die geen uiterlijk kenteken draagt dat er zich een wapen of munitie bevindt;
5° het is verboden langer dan noodzakelijk werktuigen die een inbraak kunnen vergemakkelijken achter te laten in de nabijheid van de plaatsen waar wapens worden bewaard.
Het 1° is niet van toepassing op de wapens die werden vergund krachtens artikel 11, § 3, 9°, d), van de Wapenwet.
(9° een wettige reden opgeven voor de verwerving [en het voorhanden hebben] van het betrokken wapen en de munitie.
Het type wapen moet overeenstemmen met de reden waarvoor het gevraagd wordt. Deze wettige redenen zijn, onder de door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit te bepalen voorwaarden :
a) de jacht en faunabeheersactiviteiten;
b) het sportief en recreatief schieten;
c) [de uitoefening van een activiteit die bijzondere risico’s inhoudt of het voorhanden hebben van een vuurwapen noodzakelijk maakt];
d) de persoonlijke verdediging van personen die een objectief en groot risico lopen en die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen dit groot risico in grote mate beperkt en hen kan beschermen;
e) de intentie een verzameling historische wapens op te bouwen;
f) de deelname aan historische, folkloristische, culturele of wetenschappelijke activiteiten.
[Zijn evenwel onontvankelijk, de aanvragen ingediend door personen die niet voldoen aan de voorwaarden van 1° tot 4°, 6° en 8°, evenals zij die geen wettige reden opgeven zoals voorzien in de bepaling onder 9°)

§ 3. Particulieren die één tot en met vijf vergunningsplichtige wapens opslaan, nemen minstens één van de volgende veiligheidsmaatregelen :
1° het aanbrengen van een veiligheidsslot;
2° het wegnemen en apart bewaren van een voor de werking van het wapen essentieel onderdeel;
3° het bevestigen van het wapen met een ketting aan een vast punt.

§ 4. Particulieren die zes tot en met tien vergunningsplichtige wapens opslaan, bewaren die in een slotvaste en in een stevig materiaal gemaakte wapenkast, die niet gemakkelijk kan worden opengebroken en die geen uiterlijk kenteken draagt dat ze een wapen of munitie bevat.

§ 5. Particulieren die elf tot en met dertig vergunningsplichtige wapens opslaan, bewaren die in een daarvoor ontworpen wapenkluis, gesloten met een mechanisme dat niet kan worden geopend dan met behulp van een elektronische, magnetische of mechanische sleutel, een alfabetische of numerieke combinatie of een biometrische herkenning. De wapenkluis en de munitie bevinden zich in een ruimte waarvan alle toegangen en ramen behoorlijk afgesloten zijn. De sleutels van de wapenkluis en die van de ruimte waarin de wapenkluis en de munitie zich bevinden, worden niet op de sloten gelaten en bevinden zich steeds op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen en derden, waartoe alleen de eigenaar gemakkelijk toegang heeft.

§ 6. De bepalingen van § 3 tot en met § 5 zijn niet van toepassing op de particulier die voldoet aan de veiligheidsmaatregelen bedoeld in artikel 4 van dit besluit.
(Art. 4. [De erkende personen en de particulieren] die de activiteiten bedoeld in artikel 2
((Art. 2. Dit [hoofdstuk] is van toepassing op :
1° de activiteiten [van wapenhandelaars]; (art. 11 KB 29.XII.2006; art. 5 KB 14.IV.2009)
2° privé-verzamelingen van wapens bedoeld in [artikel 6, § 1] (art. 11 KB 29.XII.2006) van de wapenwet, met uitsluiting van de musea […] (opgeheven door art. 11 KB 29.XII.2006)
3° opslagplaatsen van vuurwapens of munitie […] (opgeheven door art. 11 KB 29.XII.2006), onverminderd de toepassing van het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, en met uitsluiting van de wapenkamers [van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten]. (art. 11 KB 29.XII.2006))
uitoefenen, zijn gehouden de veiligheidsmaatregelen opgesomd in de bijlage bij dit besluit te nemen, overeenkomstig de klasse waartoe hun activiteit behoort.
Wanneer de uitgeoefende activiteiten, weliswaar binnen het kader van de erkenning […] (opgeheven door art. 11 KB 29.XII.2006), de klasse te buiten gaan waarin ze waren gerangschikt op het ogenblik van de laatste controle bedoeld in de artikelen 7 en [9], zijn de personen die ze uitoefenen gehouden de overeenkomstige veiligheidsmaatregelen te nemen en om een nieuwe controle te verzoeken zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.
In afwijking van het eerste lid, mogen ook andere veiligheidsmaatregelen worden genomen die als gelijkwaardig worden beschouwd. De gelijkwaardigheid van deze veiligheidsmaatregelen wordt bij controle door de in artikel 7 van dit besluit bedoelde bevoegde personen beoordeeld.
De in het voorgaande lid bedoelde beoordeling kan tevens vooraf geschieden op basis van technische documentatie die de gelijkwaardigheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen aantoont.
eerste en tweede lid gewijzigd door art. 6 KB 14.IV.2009, derde en vierde lid ingevoegd door art. 6 KB 14.IV.2009)

§ 7. De bepalingen van § 3 tot en met § 5 zijn niet van toepassing op de particulier die zijn wapens bewaart in een lokaal of in lokalen waarvan de toegangen voldoen aan de normen bedoeld in artikel 4 van dit besluit.

Art. 12. In afwijking van artikel 11, mag een particulier op zijn verblijfplaats lange vergunningsplichtige wapens toegestaan voor de jacht tentoonstellen. De volgende voorwaarden moeten worden nageleefd :
1° de wapens zijn ongeladen;
2° ze zijn onbruikbaar gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor de werking essentieel onderdeel;
3° ze zijn stevig vastgemaakt aan het slotvaste etalagemeubel waarin ze zijn tentoongesteld, door middel van een ketting, een metalen kabel of een vergelijkbare voorziening, zodat ze niet gemakkelijk kunnen worden weggenomen;
4° ze worden niet tentoongesteld samen met munitie die ze kunnen afvuren en ze zijn niet ogenblikkelijk toegankelijk samen met die munitie.

Art. 13. Tijdens zijn onderhoud wordt een vuurwapen binnen de volgende veiligheidsvoorwaarden gehanteerd :
1° het ongeladen wapen wordt gedurende de hele hantering in een veilige richting gehouden;
2° het magazijn of de lader wordt leeggemaakt;
3° de trekker wordt alleen overgehaald als het wapen in een veilige richting wijst.

Art. 14. Artikel 8 van dit besluit is van toepassing op particulieren.
((Art. 8. Onverminderd artikel 300 van het hierboven genoemde koninklijk besluit van 23 september 1958, dient ieder persoon bedoeld in [artikel 4] die het slachtoffer is van diefstal van vuurwapens, losse onderdelen, munitie, registers of documenten met betrekking daartoe, hiervan onverwijld aangifte te doen bij een politiedienst en deze binnen 48 uur precieze gegevens te verstrekken over de aard van de gestolen zaken.
Ditzelfde geldt in geval van poging tot diefstal. (eerste lid gewijzigd door art. 7 KB 14.IV.2009))

Art. 15. Een particulier mag een vergunningsplichtig wapen alleen vervoeren als de volgende voorwaarden worden nageleefd :
1° het wapen is ongeladen en de vervoerde magazijnen zijn leeg;
2° het wapen is onbruikbaar gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor zijn werking essentieel onderdeel;
3° het wapen wordt buiten het zicht en buiten handbereik vervoerd, in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
4° de munitie wordt veilig verpakt vervoerd in een geschikte en slotvaste koffer of etui;
5° als het vervoer met de wagen gebeurt, worden de koffers of de etuis met het wapen en de munitie vervoerd in de slotvaste koffer van het voertuig. Deze bepaling is niet van toepassing op het jachtterrein;
6° het voertuig blijft niet zonder toezicht achter

 

Login